Willem de Vlam
Toneel om naar uit te kijken
  • Het is niet een gek idee dat als je je goed voelt; dat je dan in elk geval íets goed aan het doen bent. Toch? Maar dat hoeft dus helemaal niet zo te zijn. Je kan ook best bezig zijn je leven voorgoed naar god te helpen en je ondertussen súper voelen. Dat dat kan. Dat is behoorlijk oneerlijk. Of oneerlijk... Onhándig.
    Mo  in:  ‘Overwinteren’
  • Op papier ben ik in de zevende hemel
    Gerbrand  in:  ‘Overwinteren’
  • Kijk! Staat er hier niet verdomd soepele, jonge vrouw voor je neus? En draagt die soms niet jouw kind? Dit is geluk John, dit is geluk! Ik ben geluk dat voor je staat! En jij bent een aap!
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Het gaat er niet om of ik trouw ben aan mezelf. Alsof er een zelf is die ik op een of andere manier in de steek kan laten.
    Wieke  in:  ‘Kanonnenvlees’
  • Elke keer dezelfde kutgeintjes. En ik heb het je altijd vergeven. Want jij was uiteindelijk mijn broer. Maar dat was niet zo, he? Uiteindelijk? Jij bent niet mijn broer. Niet als het er op aan komt. Zoals nu.
  • Kunnen we niet gewoon een familie met een geschiedenis zijn? Die heb je toch gewoon?
  • Ik bel niet, jij belt niet. Als we alletwee niet bellen moeten we ook alletwee niet zeuren, of ben ik nou gek?
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Godver ik sta helemaal stijf van de adrelanine. Moet je ruiken. Ik stink helemaal van de stress. Ruik je dat? O, wat heb ik hier een hekel aan. Dit vind ik altijd een heel erg onplezierige emotie om in te zitten.
    Evert  in:  ‘Hond’
  • Mo verdween naar verre vreemde plaatsen, waar dingen als kleren ontzettend belangrijk waren. Ons leven viel helemaal stil. We waren net twee waterskiërs die achter een speedboot hingen, maar de kabel brak. We zwommen weer naar de wal. Het terrein van de gewone mensen. Waar we horen. Hè, Ger?
    Ticho  in:  ‘Overwinteren’
  • En trouwens, mijn moeder was misschien makkelijk maar niet te koop.
    Evert  in:  ‘Hond’
cross